Materiaal

Voor het beoefenen van Kyudo heb je net als bij andere Japanse gevechtskunsten een aantal dingen nodig. Je hoeft bij de start niet meteen alles aan te schaffen maar naarmate je verder komt, kun je je uitrusting compleet maken. Als beginner heb je alleen gemakkelijk zittende sportkleding nodig met witte sokken. Wat je nodig hebt kun je, meestal tegen een kleine vergoeding, van de dojo lenen.

Hier proberen we een idee te geven wat je zoal tegenkomt in de uitrusting van een Kyudoka. Als er prijzen genoemd worden zijn dat de prijzen die gelden in Japan. Actuele prijzen worden beinvloed door wisselkoersen en bedenk dat als je producten besteld in Japan dat er vervoerskosten bijkomen en daarnaast invoerrechten en BTW. De uiteindelijke kosten kunnen dan substantieel hoger uitkomen.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Boog

Het belangrijkste item in je uitrusting is de boog (Yumi). Kyudobogen hebben een speciale asymmetrische vorm waarbij de greep op 1/3 van de onderkant zit.
Traditionele Kyudobogen zijn van bamboe gemaakt en vereisen naast een gevorderde techniek veel aandacht en onderhoud. Het is een "levend" hulpmiddel dat gevoelig is voor temperatuurverschillen en vochtigheid. Op maat gemaakte bamboebogen met gebruik van de traditiuonele technieken zijn bovendien erg kostbaar. Het maken van een dergelijke boog kan soms wel 2 jaar duren.
Beginners wordt meestal aangeraden om te starten met een kunststofboog. Je kunt daarbij kiezen tussen een boog gemaakt van fiberglas laminaat of carbon. Fiberglas is vanwege het gebruiksgemak het meest gebruikt voor je eerste boog.
Naast het materiaal moet je ook de lengte en trekkracht van de boog weten. De lengte van je boog hangt samen met je lichaamslengte. De trekkracht is meer gerelateerd aan je fysiek.
Het is belangrijk om advies in te winnen bij je leraar voordat je een boog koopt.
Bij een boog hoort ook een pees. Ook die heb je in verschillende materialen. Traditioneel werden pezen gemaakt van natuurlijke vezels meestal hennepvezels. Daarnaast zijn er ook kunststof pezen en pezen die een kern van hennep met een kunststof buitenkant hebben. Advies vragen van je leraar is ook hier slim.
Hennep pezen moeten regelmatig onderhouden worden waarbij je een speciale hars op de pees aanbrengt (Kusune) met een daarvoor gemaakt hulpmiddel (Waraji). Voor pezen die alleen van kunststof zijn is dat niet nodig. Die pezen gaan ook langer mee.
Op de plaats waar je je pijl nokt op de pees moet je een versteviging aanbrengen (Nakajikake). Voor het maken van de Nakajikake heb je hennepvezels nodig, houtlijm om de vezels te verstevigen en speciale houten blokjes (Dohoki) waartussen de Nakajikake op de juiste dikte wordt gebracht.
Het kan gebeuren dat je pees breekt dus je moet altijd een volledig geprepareerde reserve pees bij je hebben. De reserve pees berg je op in een peesrol (Tsurumaki).
Tenslotte heb je een beschermhoes voor je boog nodig zodat je hem ook kunt vervoeren.
Bovengenoemde materialen inclusief boog hoef je pas aan te schaffen na je eerste trainingsjaar. De investering die je dan doet ligt rond de 300 euro maar is natuurlijk afhankelijk van keuzes in materialen.

 

 

 

 

Pijlen

In het eerste jaar en soms nog in het tweede jaar van je kyudo training zul je alleen schieten op de makiwara. Daarvoor heb je een speciale makiwara pijl nodig. Je kunt kiezen uit een pijl van bamboe of van aluminium. Daarnaast kun je kiezen uit een pijl met veren of een pijl zonder veren. Voor je schieten maakt dat geen verschil omdat de afstand tot de makiwara ong. 2 meter zal zijn. Als laatste moet je bij het aanschaffen van een pijl de lengte aangeven. Zeker als beginner is het verstandig om je leraar om advies te vragen.
Als je geslaagd bent voor je 4e Kyu examen (eerst komt nog de 5e Kyu) begin je met het schieten op de mato op 28 m. Voor het schieten op de mato heb je pijlen nodig die daarvoor geschikt zijn. Mato pijlen hebben altijd veren omdat die er voor zorgen dat de vlucht van de pijl stabiel is. Voor de lengte van de pijlen geldt hetzelfde als bij je makiwara pijl. Je kunt verder kiezen uit pijlen van bamboe, carbon of aluminium (in volgorde van afnemende prijs).
Meestal kies je als beginner voor aluminium pijlen met niet al te dure veren. Dat laatste omdat je techniek zich nog moet ontwikkelen wat betekent dat in het begin de veren sneller zullen slijten. Veren waaruit je kunt kiezen zijn er in veel soorten. Het belangrijkste daarbij is het soort vogel waarvan de veren komen en welke veren je hebt. Meestal worden veren gebruikt van eenden, zwanen of kalkoen. Je kunt dan kiezen voor de natuurlijke veren of veren die kunstmatig gekleurd zijn. De beste veren komen van roofvogels (valk, buizerd, ...) maar die veren zijn relatief duur en je mag geen veren gebruiken van vogels die beschermd zijn. Daarnaast is er een verschil in kwaliteit als je kijkt naar waar de veren vandaan komen (vleugel, vooraan of achteraan, of staartveren). De staartveren zijn bij de meeste vogels stijf en sterk en dus zijn die veren populairder bij gevorderde schutters. Verschil in kwaliteit vertaalt zich ook hier direct in prijs.
Carbon pijlen zijn iets stijver dan aluminium pijlen en vliegen daardoor iets stabieler. Dat "voordeel" zul je vaak pas echt merken naarmate je techniek van schieten beter wordt.
Voor bamboepijlen geldt min of meer hetzelfde als hierboven gezegd is bij de bogen. Bamboe is een "levend" materiaal en daarmee kwetsbaar. Een bamboepijl breekt ook eerder dan een aluminium of carbon pijl. Het repareren van bamboepijlen kan ook alleen door een specialist gebeuren die vaak alleen in Japan beschikbaar zijn.
Behalve de al genoemde keuzes kun je buiten de aangeboden standaard sets kiezen voor de kleur van de schaft, de kleur van wikkeling aan boven- en onderkant van je veren (Urahagi en Motohagi) en wikkeling onder de nok (Hazumaki), de kleur van de wikkel tussen Hazumaki en Urahazi, het materiaal waarvan de nok gemaakt is (plastic of hoorn), en het materiaal en de vorm van de pijlpunt. Wat dat laatste betreft is de keuze beperkt omdat er speciale typen punten zijn voor de makiwara en de mato.
Pijlen moeten ook vervoerd worden en dus heb je ook een pijlenkoker (Yadzutsu) nodig. Ook de varieteit daarin is heel groot. Van kunststof tot handgemaakt van natuurlijke materialen als rotan en hout.
Pijlen worden vaak geleverd in sets van vier of zes maar altijd in een veelvoud van twee. Bij het schieten op de mato schiet je namelijk in een beurt altijd twee pijlen. De eerste pijl heet Haya en de tweede pijl Otoya. Het verschil tussen die twee pijlen is de manier waarop de veren geplaatst zijn. Vanuit de nokpunt gezien zijn de veren van de Haya naar links gebogen en die van de Otoya naar rechts. Dat betekent dat als je twee pijlen op exact dezelfde manier schiet ze elkaar niet zullen raken.
Nieuwe pijlen worden met een standaard vorm nok geleverd. Omdat je pijl op de juiste plek op de Nakajikake genokt moet worden moet je de nok passend maken. Daarvoor gebruik je een setje vijlen, een platte vijl en een ronde vijl.
Een standaardset van zes pijlen met yadzutsu kost je ongeveer 140 euro. Een makiwara pijl met veren kost ongeveer 25 euro.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Handschoen

De techniek van schieten die gebruikt wordt bij Kyudo vereist het dragen van een speciale handschoen (Yugake). Hoewel je in het begin vaak een handschoen kunt lenen bij je dojo is de Yugake een van de eerste dingen die je zult aanschaffen als je verder wilt in Kyudo.
Het speciale van de handschoen is dat je duim in een met hout verstevigd deel zit en dat waar de aanhechting van de duim zit er een "gleuf" (Tsurumakura) in de duim zit waarachter de pees blijft hangen.
De pasvorm van de Yugake is heel belangrijk. Bij aanschaf moet je dan ook heel wat informatie over de grootte van je hand en vingers aanleveren. De leverancier kijkt dan of er een standaardmaat (confectie) beschikbaar is die daar dichtbij zit. Als dat niet zo is dan is het enige alternatief een volledig handgemaakte handschoen. Het zal duidelijk zijn dat handgemaakt leidt tot hogere kosten dan een confectiemaat.
De Yugake wordt gemaakt van leer, meestal hertenleer, dus onderhoud van je handschoen is van groot belang. Daarom draag je onder je handschoen altijd een dunne katoenen beschermhandschoen (Shitagake) die zweet van je hand opneemt.
Handschoenen zijn er in veel varieteiten. Belangrijkste keuze is het aantal vingers dat de handschoen heeft. De meeste Kyudoka hebben een handschoen met drie vingers (Mitsugake) dus duim, wijsvinger en middelvinger. Gevorderde Kyudoka die een boog gebruiken met een hoge trekkracht kiezen vaak voor een handschoen met vier vingers (Yotsugake), dus naast de genoemde vingers ook de ringvinger.
Om ervoor te zorgen dat je greep op de pees goed is, gebruik je een speciaal harspoeder (Giriko) dat je bewaart in een klein busje (Girikoire). De Girikoire bestaat in vele vormen, van eenvoudig plastic tot handgemaakt van hout of hoorn.
Omdat de Yugake kostbaar is in aanschaf en kwetsbaar vanwege het materiaal waarvan hij gemaakt is, bewaard je hem in een speciaal tasje of ookwel in een kistje van Paulownia hout wat vocht absorbeert en ook insecten weghoudt. Om ervoor te zorgen dat er een goede ventilatie in je handschoen blijft kun je een gevlochten rotan koker (Gakeyasume) kopen die je in je handschoen stopt voor je hem opbergt.
De investering voor je handschoen met toebehoren ligt rond de 300 euro (confectie met eenvoudige afwerking). Het loont om je leraar advies te vragen voor je een handschoen koopt.

 

 

 

 

 

 

 

Kleding

Kyudo wordt beoefend in traditionele Japanse kleding. Tijdens trainingen wordt een wit katoenen kimono shirt (Keikogi of Uwagi) gedragen met een zwarte Japanse broekrok (Hakama). Onder de hakama wordt een band (Obi) om de heup gedragen die ondersteuning geeft aan de hakama en deze op zijn plaats houdt. De obi is meestal gekleurd en heeft soms een patroon, het is echter geen afspiegeling van het niveau van de Kyudoka.
Binnen Kyudo worden geen zichtbare tekenen gedragen van het niveau van de Kyudoka zoals bij andere budo vormen als Judo of Karate. De kleding wordt afgemaakt met witte Japanse sokken (Tabi), deze hebben een aparte grote teen en hebben een verstevigde zool. Sommige Kyudoka dragen (houten) sandalen (Zori) buiten de Dojo.
Vrouwelijke Kyudoka hebben de keuze tussen een zwarte of donkerblauwe hakama, die ze hoger dragen dan de mannen (om de middel). Er is ook een speciaal model 'rok' hakama beschikbaar voor vrouwelijke Kyudoka, deze hakama heeft geen versteviging in de rug en wordt anders vastgebonden. Vrouwelijke Kyudoka dragen daarnaast tijdens het schieten een borstbeschermer (Mune-ate).
Hogere gegradueerden (vanaf 4e dan) dragen tijdens ceremonies en examens een kimono en eventueel een andere kleur Hakama. De kleur van de kimono is voor mannen altijd donker en mag voor vrouwen kleurrijker zijn (afhankelijk van de leeftijd). Japanse kimono zijn soms voorzien van een klein (Japanse) heraldische familietekens (mon), maar nooit van andere 'versierselen'.
Kleding is specifiek voor Kyudo dus vraag altijd even advies aan je leraar voordat je iets aanschaft.
Beginners hoeven niet direct de correcte kleding aan te schaffen, deze is pas noodzakelijk bij het eerste examen. Het is echter wel gebruikelijk om, indien mogelijk, de kleuren van de kleding aan te passen aan de traditionele oefenkleding: een wit t-shirt, zwarte broek en witte sokken. Elke Kyudoka moet er voor zorgen dat de gedragen kleding altijd netjes en schoon is.

 

Overig

Traditioneel worden in Japan "inpakdoeken" (Furoshiki) gebruikt om bijvoorbeeld kleren in te pakken. Handig om je Kyudo kleding op een nette manier bij elkaar te houden en te vervoeren.
Een doosje om kleine hulpmiddelen en gereedschap in te bewaren zorgt er voor dat je alles bij de hand hebt als je het nodig hebt.
Kijk vooral ook wat andere en zeker meer ervaren Kyudoka aan materiaal hebben. Zij hebben vaak ervaren wat echt handig is en wat niet.