De Nara en Heian periode

De Nara periode (710 – 794) laat een grote culturele bloei zien. Het schrijven van poëzie stond in hoog aanzien bij de aristocratie en het keizerlijke hof.  In het midden van de 8e eeuw verschijnt de Man'yōshū een verzameling van poëzie bestaande uit 24 delen. In dit werk wordt voor het eerst gebruik gemaakt van Chinese karakters met fonetische betekenis. Hieruit is de Japanse kana schrijfwijze ontstaan, het hiragana en katakana, wat in tegenstelling tot de Kanji (oorspronkelijke Chinese karakters) die elk een begrip voorstellen een fonetisch schrift is. De dominantie van het keizerlijke hof is in deze periode absoluut.
Aan het eind van de 8e eeuw besluit keizer Kanmu om het keizerlijke hof te verplaatsen naar Heian-kyō, het huidige Kyoto, waar het zal blijven tot het eind van de 18e eeuw. De Heian periode (794 – 1185) vormt het hoogtepunt van de invloed van het Boeddhisme, Taoïsme en de invloed van China in de Japanse geschiedenis. Het is een periode van relatieve rust, heian betekent letterlijk “vrede”, waarbij het keizerlijke hof groot aanzien heeft en op het gebied van kunst, poëzie en literatuur, bepalend is.

<Lees verder>